Jaren had Bor de wolf het aangehoord, meestal net voor het slapen gaan. Zijn moeder vertelde het verhaal over de onfortuinlijke dood van zijn vader, de grote boze wolf.
Het verhaal over een klein appetijtelijk meisje gekleed in een rode mantel met bijpassende hoofddoekje, de taaie oma en de jager die aan het feestmaal een onfortuinlijk einde had gemaakt nog voor het herkauwen was begonnen.

Bor wist het zeker, hij zou het beter doen. Niets van die ouderwetse praktijken, geen domme vragen beantwoorden over te grote ogen en flaporen, Nee Bor de wolf had andere gedachten. Hij zou zich verkleden als schaap, en zo de aandacht trekken van het jonge culinaire meisje. Als een echte wolf in schaapskleren.

Fatima had haar mandje met Turks fruit en andere lekkernijen goed vol gestopt. Nu het Suikerfeest was, zou Fatima haar Oma eens echt verwennen. Zoals de traditie in de moslimwereld voorschrijft, had ook Fatima haar speciale rode hoofddoek zorgvuldig om haar hoofd geslagen. Haar moeder had haar nadrukkelijk gewaarschuwd voor de grote boze wolven, die overal op de loer konden liggen. Fatima was goed doordrongen van het grote gevaar wat in de boze buitenwereld aanwezig was, zeker na de preek die de Imam afgelopen Vrijdag had gehouden in het locale gemeenschapshuis, omgedoopt tot moskee.

Bor had inmiddels positie genomen tussen een kudde echte schapen in een weiland precies tussen het huis van Fatima en haar oma in.. Na twee uur rond de ander schapen te hebben gedarteld, zag hij een huppelende appetijtelijke Fatima met rode mantel en dito hoofddoek naderen. Als een lam geslagen schaap liep Bor kreupel en blatend naar het smeedijzeren hek. Fatima stopte abrupt met de olijke huppelpas en zei :”Ach, zielig schaapje, heb je pijn?”. Ze zette het goedgevulde mandje neer en ging op haar hurken voor Bor zitten, met slechts het smeedijzeren hek als scheiding.
“Ik ben even naar mijn oma, kom zo weer terug” zei de geëmotioneerde Fatima tegen de wolf in schaapskleren, terwijl haar hand door het hek de synthetische vezels van zijn kunstvacht aaide. Bor moest zachtjes lachen, het zou hem lukken, hij zou zich wreken op de geschiedenis die noodlottig was geworden voor zijn vader.

Na een kleine twee uur was Fatima teruggekeerd naar de plek bij het smeedijzeren hek. Voorzichtig schoof ze de schuif open en knielde neer voor Bor, die met dramatisch geblaat was gaan liggen. Met grote voorzichtigheid pakte Fatima Bor op en met het zweet op haar voorhoofd, geabsorbeerd door de rode hoofddoek, tilde ze Bor mee naar huis, alwaar ze een bedje van warm stro klaarmaakte voor hem.

Liefdevol verzorgde Fatima Bor voor een volle week. Terwijl hij geduldig zijn kans af wachtte. Het moet de week erna zijn geweest dat Bor onfortuinlijk aan zijn einde is gekomen, ritueel geslacht dankzij de traditie van het islamitische offerfeest.

© 2009 Raoul Slavenburg

Geschreven in opdracht van het ooit populaire Fantasierijk op Hyves

Advertenties