“Papa, papa, mag ik meehelpen?’
‘Voorzichtig jongen, je kunt je verbranden.’
Met grote ogen keek de kleine jongen hoe zijn vader de aanmaakblokjes met de groene gasaansteker uit de keuken aanstak. Zijn kleine broertje zat ongeduldig aan de picknicktafel in de tuin te wachten.

‘Tim, heb je honger?’
Moeder keek met een vriendelijke blik naar de kleine jongen aan de picknicktafel, die met het bestek in zijn handen op de tafel zat te bonken, onder het geschreeuw van het veelzeggende woord ‘Eten! Eten! Eten!’

‘Wat ben je laat.’
De man veegt enkele spinnenwebben van zijn gezicht, het pad krulde een welhaast onbegaanbare baan door het dicht begroeide struikgewas.
‘Kom, doorlopen, ik heb niet veel tijd,’ is het antwoord van een andere man, die op de tast door de invallende duisternis de eerste man op het onbegaanbare pad volgt. 

Blauwe dampen volgden op felle vlammen toen vet van de hamburgers door het glimmende rooster op de hete kolen belandde.
‘Zijn ze al klaar?’ Tim bleef ongeduldig, met nog steeds het bestek stevig in zijn knuistjes geklemd.
‘Wil je alvast wat sla?’ Terwijl moeder dit vroeg, had ze al een flinke schep van de kleurige soorten sla op het kinderbordje, versierd met afbeeldingen van Jip en Janneke, van Tim geschept.
‘Zit er ook kaas in, en spek, en bonbons?’
Terwijl vader de hamburgers voorzichtig omdraaide, schoot hij in de lach.
‘Croutons, Tim,’ sprak vader met een overdreven Frans accent uit.

Licht gehavend door schrammen, opgelopen door overhangende takken van de struiken langs het pad kwamen de mannen aan op het grasveldje tussen de snelweg en de spoorrails. Het was een vieze plek, het gras lag bezaaid met lege blikjes, papier en ander klein zwerfafval.
‘Zijn we de enige vandaag?’ zei de man, gekleed in het gifgroene trainingsjack aan de ander.

De kinderen lieten zich de hamburgers goed smaken. De grote hoeveelheden ketchup en mayonaise maskeerden de smaak van de aangebrande randen volledig.
‘Proost,’ zei de vrouw tegen haar man, terwijl ze een beslagen glas gekoelde rosé hief.
‘Proost,’ zei de man, terwijl hij over de picknicktafel boog om zijn vrouw een zacht kusje te geven.
Verschrikt keek hij op zijn grote trendy horloge, merk Fossil.
‘Schattebout, ik had Harry beloofd hem nog even te helpen met het rooien van de treurwilg achter in zijn tuin. Ik moet zo gaan.’
‘Verhaaltje! Verhaaltje! Verhaaltje.’ Tim herhaalde het ritueel met het veelvuldig scanderen van één woord.
‘Morgen, mijn zoon, morgen lees ik een verhaaltje voor, dat beloof ik.’ Vlug griste de vader zijn gifgroene trainingsjack van de kapstok, om met grote haast weg te rijden in de grote stationwagon, met op de achterste zijruiten de gekleurde raamstickers van boerderijdieren.

Terwijl de man door zijn knieën zakt , frutselt de man in het gifgroene trainingsjack aan zijn broekriem.
‘Damn, wat ben ik geil,’ spreekt hij gedempt uit.
‘Schiet nou maar op,’ zegt de andere man, terwijl hij de bruine ribbroek van de man met het trainingsjack tot op zijn enkels naar beneden trekt.

© 2010 Raoul Slavenburg

Advertenties