Als een wild dier dat zojuist gevangen was genomen in een alles verstikkende strop, spande hij zijn spieren in de hoop los te komen. Zijn polsen en enkels zaten vastgeketend aan de hoeken van het metalen bed. Zweet en bloed belemmerden een scherpe blik op de imposante gestalte die zich bovenop zijn naakte, gehavende lichaam bevond. Het moest de vrouw zijn, de vrouw die hij diezelfde avond nog schuchter een drankje had aangeboden in de bar op de hoek van het pittoreske marktplein. Haar nagels krasten over zijn borst, rode strepen met kleine druppels bloed achterlatend. Het open, vriendelijke gezicht was getransformeerd tot de uitstraling van de gitzwarte duivel. De man, hoewel overtuigd atheïst,  bad voor zijn leven, de zware geseling onder luid geschreeuw van pijn en wanhoop weerloos ondergaand. Hij zag, wazig, de schittering van een scherp voorwerp. Het vale maanlicht weerkaatste het enige licht van hoop dat hij nog bezat. Was het een puntig mes, of een ijspriem? De vlijmscherpe punt prikte venijnig in zijn huid, stekende pijnen verried het pad dat het voorwerp door zijn huid had afgelegd. Toen donkere wolken het laatste restje maanlicht verduisterden, stopte de verminking van zijn gehavende  lichaam. De vrouw stond op en liep weg. Het duizelde, de man kon niet meer helder denken, de pijn was te sterk. Een verkoeling was merkbaar, maar de vloeistof die over hem heen gegoten werd deed pijn, immense pijn. Zijn huid leek weg te smelten, te bijten. Het werd zwart, zijn lichaam stond in brand. De man schreeuwde het uit, maar niemand leek te horen hoe zijn gekrijs van angst en pijn zich vermengde met de schaterlach van de blonde, mysterieuze vrouw. Het geluid stierf langzaam weg over de landerijen van het zo vredig ogende dorp aan de rand van het bos.

Met een klap sloeg Willem het boek dicht. Hij zuchtte diep en nam de laatste slok van de fruitige rode wijn van het Albert Heijn huismerk. Een ruk aan de hendel aan de linkerkant van de stoel liet Willem lui achterover vallen.

‘Nora Saes’, mompelde hij zacht, ‘Nora Saes, schrijfster, minnares, zijn minnares…’ Zijn ogen vielen langzaam dicht en al snel zag hij de goudblonde lokken van een wulpse Nora voor zijn ogen dansen, terwijl ze knoopje voor knoopje haar strakke rode blouse losknoopte. Sierlijk kant van de met rode biezen afgezette zwarte BH werd zichtbaar, de ronding van haar borsten tekende door de schaarse verlichting van de ondergaande zon af tegen haar blanke, romige huid. Zijn handen reikten naar voren, om de volheid van Nora te betasten, terwijl haar adem met zijn wimpers speelde, wat een prettig, kriebelend gevoel gaf.  Warme druk was voelbaar in zijn kruis, terwijl een zacht gespin te horen viel. Even droomde Willem verder, voordat hij wakker schrok, en hij Jerry, de rode kater, met dichtgeknepen ogen op zijn schoot vond.

© 2012 Raoul Slavenburg

Dit is het eerste gedeelte van mijn bijdrage aan de verhalenbunden ‘Het Keerpunt’ uitgegeven door Letterrijn. wil je de rest lezen plus 50 andere verhalen van 50 andere auteurs, schaf dit prachtwerk aan op de webshop van Letterrijn, of in e-book vorm, of bij Bol.com! (Zolang de voorrrad strekt

Het Keerpunt is op 18 November 2012 gepresenteerd in ‘Het wapen van Rijsenbrug’ te Driebergen

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Advertenties