Home

Recursief

2 reacties

Als een wild dier dat zojuist gevangen was genomen in een alles verstikkende strop, spande hij zijn spieren in de hoop los te komen. Zijn polsen en enkels zaten vastgeketend aan de hoeken van het metalen bed. Zweet en bloed belemmerden een scherpe blik op de imposante gestalte die zich bovenop zijn naakte, gehavende lichaam bevond. Het moest de vrouw zijn, de vrouw die hij diezelfde avond nog schuchter een drankje had aangeboden in de bar op de hoek van het pittoreske marktplein. Haar nagels krasten over zijn borst, rode strepen met kleine druppels bloed achterlatend. Het open, vriendelijke gezicht was getransformeerd tot de uitstraling van de gitzwarte duivel. De man, hoewel overtuigd atheïst,  bad voor zijn leven, de zware geseling onder luid geschreeuw van pijn en wanhoop weerloos ondergaand. Hij zag, wazig, de schittering van een scherp voorwerp. Het vale maanlicht weerkaatste het enige licht van hoop dat hij nog bezat. Was het een puntig mes, of een ijspriem? De vlijmscherpe punt prikte venijnig in zijn huid, stekende pijnen verried het pad dat het voorwerp door zijn huid had afgelegd. Toen donkere wolken het laatste restje maanlicht verduisterden, stopte de verminking van zijn gehavende  lichaam. De vrouw stond op en liep weg. Het duizelde, de man kon niet meer helder denken, de pijn was te sterk. Een verkoeling was merkbaar, maar de vloeistof die over hem heen gegoten werd deed pijn, immense pijn. Zijn huid leek weg te smelten, te bijten. Het werd zwart, zijn lichaam stond in brand. De man schreeuwde het uit, maar niemand leek te horen hoe zijn gekrijs van angst en pijn zich vermengde met de schaterlach van de blonde, mysterieuze vrouw. Het geluid stierf langzaam weg over de landerijen van het zo vredig ogende dorp aan de rand van het bos.

Meer

Advertenties

Hummer

5 reacties

Het geluk kon niet op. Kauwend op een halflauwe vette oliebol met rozijnen hoorde Wim de laatste drie cijfers van de oudejaarsloterij.
‘Vijf, drie, acht!’ riep Marc Klein Essink, getooid in een bandplooibroek en glimmend kort jasje, in de grotesk opgezette show, midden jaren negentig.

Zijn bek viel letterlijk open, kwijl vermengd met het plakkerige deeg droop via zijn mondhoeken naar buiten, om zich als lelijke plekken op het vaalblauwe shirt dat strak om zijn bierbuik zat, te nestelen.
Evelien was met stomheid geslagen. De jackpot, drieëntwintig miljoen gulden, was gevallen op het lot, dat zij zorgvuldig had uitgekozen bij de sigarenboer op de hoek. Iets met achten, eindcijfer acht, of, in ieder geval, nummers die bij elkaar opgeteld een acht vormen. Evelien had Wim het lot, samen met het pakje zware van Nelle met oranje rizla vloei gegeven, in de hoop dat deze laatste avond van het jaar de eerste leuke avond samen zou worden.

Meer

Geheim dubbelleven

Plaats een reactie

“Papa, papa, mag ik meehelpen?’
‘Voorzichtig jongen, je kunt je verbranden.’
Met grote ogen keek de kleine jongen hoe zijn vader de aanmaakblokjes met de groene gasaansteker uit de keuken aanstak. Zijn kleine broertje zat ongeduldig aan de picknicktafel in de tuin te wachten.

‘Tim, heb je honger?’
Moeder keek met een vriendelijke blik naar de kleine jongen aan de picknicktafel, die met het bestek in zijn handen op de tafel zat te bonken, onder het geschreeuw van het veelzeggende woord ‘Eten! Eten! Eten!’

Meer

Een wolf in schaapskleren

Plaats een reactie

Jaren had Bor de wolf het aangehoord, meestal net voor het slapen gaan. Zijn moeder vertelde het verhaal over de onfortuinlijke dood van zijn vader, de grote boze wolf.
Het verhaal over een klein appetijtelijk meisje gekleed in een rode mantel met bijpassende hoofddoekje, de taaie oma en de jager die aan het feestmaal een onfortuinlijk einde had gemaakt nog voor het herkauwen was begonnen.

Bor wist het zeker, hij zou het beter doen. Niets van die ouderwetse praktijken, geen domme vragen beantwoorden over te grote ogen en flaporen, Nee Bor de wolf had andere gedachten. Hij zou zich verkleden als schaap, en zo de aandacht trekken van het jonge culinaire meisje. Als een echte wolf in schaapskleren.

Fatima had haar mandje met Turks fruit en andere lekkernijen goed vol gestopt. Nu het Suikerfeest was, zou Fatima haar Oma eens echt verwennen. Zoals de traditie in de moslimwereld voorschrijft, had ook Fatima haar speciale rode hoofddoek zorgvuldig om haar hoofd geslagen. Haar moeder had haar nadrukkelijk gewaarschuwd voor de grote boze wolven, die overal op de loer konden liggen. Fatima was goed doordrongen van het grote gevaar wat in de boze buitenwereld aanwezig was, zeker na de preek die de Imam afgelopen Vrijdag had gehouden in het locale gemeenschapshuis, omgedoopt tot moskee.

Bor had inmiddels positie genomen tussen een kudde echte schapen in een weiland precies tussen het huis van Fatima en haar oma in.. Na twee uur rond de ander schapen te hebben gedarteld, zag hij een huppelende appetijtelijke Fatima met rode mantel en dito hoofddoek naderen. Als een lam geslagen schaap liep Bor kreupel en blatend naar het smeedijzeren hek. Fatima stopte abrupt met de olijke huppelpas en zei :”Ach, zielig schaapje, heb je pijn?”. Ze zette het goedgevulde mandje neer en ging op haar hurken voor Bor zitten, met slechts het smeedijzeren hek als scheiding.
“Ik ben even naar mijn oma, kom zo weer terug” zei de geëmotioneerde Fatima tegen de wolf in schaapskleren, terwijl haar hand door het hek de synthetische vezels van zijn kunstvacht aaide. Bor moest zachtjes lachen, het zou hem lukken, hij zou zich wreken op de geschiedenis die noodlottig was geworden voor zijn vader.

Na een kleine twee uur was Fatima teruggekeerd naar de plek bij het smeedijzeren hek. Voorzichtig schoof ze de schuif open en knielde neer voor Bor, die met dramatisch geblaat was gaan liggen. Met grote voorzichtigheid pakte Fatima Bor op en met het zweet op haar voorhoofd, geabsorbeerd door de rode hoofddoek, tilde ze Bor mee naar huis, alwaar ze een bedje van warm stro klaarmaakte voor hem.

Liefdevol verzorgde Fatima Bor voor een volle week. Terwijl hij geduldig zijn kans af wachtte. Het moet de week erna zijn geweest dat Bor onfortuinlijk aan zijn einde is gekomen, ritueel geslacht dankzij de traditie van het islamitische offerfeest.

© 2009 Raoul Slavenburg

Geschreven in opdracht van het ooit populaire Fantasierijk op Hyves